In de Delftse Molenbuurt verschijnt steeds meer groen: extra bomen, geveltuintjes en groene daken. Samen met zijn buren maakt Pieter Aaldring de wijk stap voor stap groener én vogelvriendelijker.
Wat heb jij met groen en duurzaamheid?
“Dat zit er al van jongs af aan in. Mijn ouders waren in de jaren zestig al bezig met milieu en klimaat en we gingen vaak de natuur in. Toen ik vier of vijf was, kreeg ik mijn eerste vogelboek. Die interesse is altijd gebleven. Tegenwoordig ben ik al vijftien jaar stadsvogeladviseur voor Vogelbescherming Nederland en voorzitter van de Vogelwacht Delft en Omstreken.”
Hoe kwam je op het idee om te vergroenen?
“Toen we hier kwamen wonen, viel het me op dat de buurt vrij versteend was. Samen met een buurman heb ik De Groene Molen opgericht: een informele groep waarmee we ideeën bespreken om de buurt te vergroenen. We hebben een appgroep en komen af en toe bij elkaar. Daarnaast hebben we een nieuwsbrief waarin we groene tips delen met de buurt.”
Wat waren jullie eerste ideeën?
“De gemeente had op sommige plekken geen bomen geplant, omdat de stoep daar smaller is. De bomen die ze hadden uitgekozen zouden later te groot worden. Wij hebben voorgesteld om op die plekken een kleinere soort te planten, zoals de lijsterbes. Die bloeien mooi en geven bessen voor vogels.”
“We zijn langs de deuren gegaan om te vragen of mensen het goed vonden. De meeste buren waren enthousiast. Uiteindelijk zijn er met hulp van de gemeente zo’n twintig extra bomen bij gekomen.”
Nog meer groene resultaten?
“In 2010 was er een subsidieregeling voor groene daken. Ik heb de buren toen gevraagd of ze mee wilden doen. Eigenlijk wilde iedereen dat wel. We hebben samen onze daken laten keuren en een hovenier geregeld. Al snel lag er op elk schuurtje een sedumdak.”
“Het is leuk om te zien dat het aanstekelijk werkt. De een legt een geveltuintje aan, de ander haalt wat tegels uit de tuin weg. Langzaam verschijnt er steeds meer groen in de buurt.”
‘Voedsel, variatie, veiligheid, voortplanting en verbinding.’
Waarom is groen zo goed voor de buurt?
“Het geeft verkoeling en het is goed voor de natuur. Neem bijvoorbeeld die groene daken. Je hebt er geen omkijken naar, maar tussen de vetplantjes groeien wilde bloemen, zoals koekoeksbloemen. Die trekken insecten aan en dat is weer voedsel voor vogels. Zo help je het hele ecosysteem.”
Hoe maak je een tuin aantrekkelijk voor vogels?
“Daar gebruik ik de ‘vijf V’s’ voor: voedsel, variatie, veiligheid, voortplanting en verbinding. Kies bijvoorbeeld voor planten en bomen die vruchten dragen. Liefst inheemse soorten. Aan een olijfboom hebben Nederlandse vogels niet zoveel, want ze eten geen olijven. Zorg voor variatie: door voor verschillende soorten planten en struiken te zorgen, hebben vogels het hele jaar door eten.”
“Veel mensen denken al snel aan bomen, maar struiken zijn minstens zo belangrijk voor vogels. Zeker voor veiligheid en voortplanting. Dichte struiken geven beschutting en vormen een goede plek om te broeden. De laatste ‘V’ is verbinding: hoe meer groen er in de buurt is, hoe beter vogels en andere dieren zich kunnen verplaatsen.”
Heb je tips voor Delftenaren die willen vergroenen?
“Begin klein. Je hoeft niet alles tegelijk te doen of meteen een tuin vol vogels en vlinders te hebben. Het makkelijkste? Haal vier tegels uit je tuin en zet er een struik of plant in. Elke vierkante meter groen helpt! Of begin met een pot met bloemzaden.”
“Wees ook niet te netjes. Bladeren op de grond kun je prima laten liggen, dat is juist voedsel voor de bodem. En gebruik geen gif. Wij hadden een tijdje veel slakken, maar een jaar later kwamen er vanzelf egels die ze opaten. Als je de natuur even de tijd geeft, ontstaat er vanzelf evenwicht.”